De 20 grootste IT-flops uit de geschiedenis
Author: Reallin / Category: Berichten uit MedialandStel je toch eens voor hoe de tech industrie er uit
had gezien als Gary Kildall het aanbod van IBM had aangenomen, in 1980,
om zijn computer besturingssysteem te licenseren voor een top secret
project. Dan zou CP/M het OS zijn geweest dat met de eerste IBM pc was
meegeleverd, en de wereld zou misschien nooit hebben gehoord van de
concurrent van Kildall die het aanbod wel aannam, ene meneer Bill Gates.
De computing industrie heeft ons heel
wat vooruitgang gebracht, maar we hebben door de jaren heen ook heel wat
minder moois gezien. Niet elk idee is even goed, dat bleek weer eens
toen Microsoft de Kin na twee maanden de nek omdraaide. Voordat ze
zoveel miljoenen verspilden, hadden ze misschien even naar de
geschiedenis kunnen kijken. Om in de toekomst misschien wat fouten te
voorkomen, maar vooral omdat er niets zo leuk is dan te lachen om
andermans missers, rakelen we hier de mooiste blunders en mislukkingen
op van de afgelopen 20 jaar. We tellen af…
20. IBM PS/2
De eerste IBM pc sloeg in 1981 in als een
bom. Anders dan eerdere IBM computers was hij gebouwd van standaard
onderdelen in plaats van geheime bedrijfseigen componenten, waardoor het
de goedkoopste machine werd tot dan toe. Maar tegen het eind van de
jaren ‘80 werd IBM uit de markt gedrukt door Compaq en andere
klonenbouwers. De oplossing? Ze probeerden
het opnieuw, nu natuurlijk wel met bedrijfseigen componenten.
The Personel System/2 series, die werd geïntroduceerd in 1987,
moest ’software compatible’ zijn met de pc, maar de Micro Channel
Architectuur maakte deze computers incompatibel met bestaande hardware.
De klonen hadden dat probleem niet. Net zoals de rampzalige PCjr
voorheen en de PS/1 series erna kon de PS/2 series geen potten breken.
Uit de stal van IBM is nooit meer een echte bom gekomen.

19. Virtuele realiteit
In 1982 scheepte de film ‘Tron’
ons op met het beeld van een man die door het interne landschap van een
computer reisde. Pas vijftien jaar later werd het werkelijkheid, zo’n
beetje.
Het bouwen van een ruimtelijke interface voor het internet was
een rage aan het eind van de jaren ‘90, wat vooral kwam door VRML
(Virtual Reality Markup Language). Het probleem was echter dat het
eigenlijk geen enkel nut had. Het internet geeft je alle informatie die
je nodig hebt, maar hoe die informatie precies bij ons komt, dat kunnen
we beter overlaten aan de software engineers.
Het concept bestaat nu nog steeds in de vorm van Second Life.
Daar denken ze dat het niet aanslaat omdat het niet goed in de markt
gezet wordt. Maar in feite heeft de normale gebruiker er nooit warm voor
gelopen. Maak ons maar wakker als we op echte lichtmotorfietsen kunnen
rijden en onze klanten echt kunnen ontmoeten in het Game Grid, niet
eerder.
16. Push technologie
In 1992 had PointCast een goed idee:
Waarom zouden we het niet mogelijk maken om beursinformatie,
krantenkoppen en andere informatie in real time te laten zien, zonder
dat mensen over het web hoefden te browsen? In plaats daarvan zou de
PointCast client de informatie direct naar de desktop pushen, de hele
dag door.
Het idee kreeg een heleboel navolgers en imitators. Maar jammer
genoeg had geen van hen door dat al dat pushen wat al te veel in beslag
zou nemen van de toch al beperkte internetconnecties van die tijd.
Netwerkbeheerders verboden de client, en modems van thuisgebruikers
slipten dicht door alle advertenties die meegepusht werden met de
sportuitslagen.
News Corp. bood ooit 450 miljoen dollar voor PointCast. Twee jaar
later was de pushgekte voorbij en werd het weer verkocht voor een
magere 10 miljoen.

15. Copland
Sommige flaters kunnen goedgemaakt worden. En
het is inderdaad waar, vandaag de dag is Mac OS X een indrukwekkend
besturingssysteem. Maar stel je voor hoe ver Apple het had kunnen
schoppen als ze hun vernieuwende besturingssysteem hadden uitgebracht op
het moment dat ze dat oorspronkelijk
van plan waren, in 1995.
Copland was bedoeld als de moderne opvolger van het originele Mac
OS, maar jaren van intern geruzie had de ontwikkelafdeling van Apple
geen goed gedaan. Hoewel er zoveel geweldig talent in het bedrijf zat,
werd het maar al te duidelijk dat het Apple niet zou lukken om zelf een
modern Mac OS te produceren. In plaats daarvan kocht het NeXT OS van
Steve Jobs en gebruikte het dat als de basis voor het Mac OS X dat
uiteindelijk in 1999 uitkwam. Heel ironisch, omdat Jobs Apple tien jaar eerder had verlaten vanwege dat interne gekissebis.
14. Gnu Hurd
Toen Richard
Stallman in 1983 het Gnu project lanceerde was het zijn doel om het
eerste compleet vrije besturingssysteem te bouwen: kernel, tools,
utilities, applicaties, documentatie. Maar goed dat hij niet bij de
kernel is begonnen.
Bijna 25 jaar later is er namelijk nog steeds geen Gnu kernel.
The Hurd, zoals de voorgesteld kernel heet, zou de kroon zijn geweest op
het werk van de Free Software beweging. In plaats daarvan is het nu het
beste voorbeeld van softwareprojecten die verkeerd zijn gelopen, en
staat het al jaren op nummer 1 in de vapourware lijsten. En dat is
jammer, want zou het niet geweldig zijn als er een vrije OS kernel zou
zijn die iedereen kan gebruiken?

13. Oracle Raw Iron
Wat is het beste besturingssysteem
voor je database server? Moet je die op Windows draaien? Op Linux? Op
AIX? Iets anders? In 1998 was het antwoord van Oracle dat je helemaal
geen OS nodig had. In plaats daarvan beloofde Larry Ellison een
‘appliance’ versie van Oracle 8i, Raw Iron genaamd, die direct op de
server hardware draaide. Klanten van Oracle hoefden niet meer na te
denken over een apart contract met een OS-leverancier: Oracle zorgde
voor alles.
Achter de schermen draaiden de Raw Iron dozen een standaardversie
van Sun Solaris, maar dat deed er al niet meer toe. Klanten hadden
Larry al doorzien. En toen niemand toehapte werd het project stilletjes
afgevoerd. Slechts een paar jaar later werden netwerk appliances
populair.
12. B2B e-commerce
Terwijl de
dot-com bubble was gebarsten in het begin van de eeuw, bleven venture
capitalists nog even vasthouden aan een laatste idee dat daarmee verband
hield. Als al die startup e-commerce bedrijven geen goud opleverden bij
het consumentenpubliek, misschien konden ze hun waren dan slijten aan
andere, meer gevestigde bedrijven? Ze noemden het B2B e-commerce, en een
generatie van zogenaamde digitale bemiddelaars was geboren.
Het probleem was dat er maar heel weinig van hun potentiële
klanten geïnteresseerd waren in het laten vallen van het kanaal, zeker
als dat betekende dat ze zaken moesten doen met een online startup
zonder ervaring, met een kleine verkoopafdeling en zonder verstand van
inventarisatiemanagement. Uiteindelijk hebben deze B2B-spelers toch nog
hele goede zaken gedaan, toen hun inboedel werd geveild.
11. Apple Newton
Het is geen iPhone, maar naar sommige
maatstaven is de Newton nog steeds veel beter dan welke PDA dan ook.
Rabiate fans spraken nostalgisch over het Newton OS, en op Macworld
Expo’s hijgden ze elkaar nog jaren geruchten toe over een nieuwe Apple
PDA. Helaas, de Newton heeft nooit een kans gehad. De Newton MassagePad
die in
1993 het licht zag was erg omvangrijk en deed erg kort met een volle
accu. Terwijl Palm en partners van Microsoft PDA’s maakten die echt in
je broekzak pasten, kwam Apple in 1997 met een groot toetsenbord en een
lijvige klep voor de Newton eMate
300. Daarna gooide het de handdoek in de ring, omdat de verliezen
zich opstapelden.
Dat is zonde, want een paar software tweaks om zakelijke
gebruikers tevreden te stellen zouden de iPhone en de iPod Touch Apple
terug in het strijdperk brengen. Maar wie is moedig genoeg om dat aan
Steve Jobs te vertellen, nu die zo’n slechte smaak heeft overgehouden
aan de Newton? Misschien dat het toch nog gaat lukken met iOS 4

10. Palm OS Cobalt
Het enige
dat slechter is dan opgeven in een goede markt, is hem helemaal
domineren en daarna stranden. Wat kan er anders van Palm worden gezegd?
Hun apparaten waren revolutionair en de concurrentie met software van
Microsoft was een lachertje. Toen kwamen jaren van overnames, spin-offs
en rebranding. Terwijl de producten stagneerden. Toen Palm in 2004
eindelijk met zijn Cobalt OS kwam, de beoogde opvolger van het
verouderde Palm OS, was niemand meer geïnteresseerd.
Vervolgens heeft Palm zich helemaal op Linux gestort en heeft het
uiteindelijk WebOS uitgebracht. De kritieken waren lovend, maar echt
succesvol is het niet geworden. Nu gaat HP kijken wat het met WebOS zal
doen, want Palm is
niet meer.
9. Netscape 6
De grote ommekeer in de browseroorlogen
kwam in 1997, met de komst van Internet Explorer 4. Voor het eerst was
IE beter dan Netscape Communicator. Het was niet alleen sneller, maar
het had ook meer mogelijkheden en, jazeker, het hield zich beter aan
standaarden.
Netscape had toen direct terug moeten slaan, maar in plaats
daarvan aarzelde het. Terwijl Microsoft direct doorging met IE5,
produceerde het open source project Mozilla niet veel anders dan buggy
‘preview releases’. Toen Netscape 6 eindelijk arriveerde, jaren later,
was het een veel te grote en langzame puinhoop.
De naam Netscape vervaagt langzaam in de vergetelheid, maar de
voormalige Netscape Communicator suite leeft nog voort als het open
source project SeaMonkey.
Gelukkig is uit de code van Netscape ook Firefox voortgekomen. Die
afgeslankte versie van de suite deed de browseroorlog opnieuw oplaaien.

8. Search portals
Waar zijn ze
gebleven? Op het hoogtepunt van de dot-com bubble hadden websurfers de
beschikking over een geweldig aantal search engines: AltaVista, Excite,
InfoSeek, Lycos en nog vele andere. Vandaag de dag zijn de meesten dood.
Een paar ploeteren nog voort, zoals Ask.com, maar dat kon alleen nadat
ze helemaal opnieuw waren ontworpen.
In plaats van zich te concentreren op het zoeken, gingen de
machines van de eerste generatie zich te buiten in een portal
wapenwedloop. Ze bouwden dashboards vol met sportuitslagen,
aandelenkoersen, nieuws, horoscopen, weer, e-mail, instant messaging,
games en advertenties, tot je door alle content de zoekmachines niet
meer kon zien. De wereld wendde zich massaal tot Yahoo!, en toen er een
nieuw bedrijf ten tonele verscheen met een schone interface en goede
zoekresultaten, toen kon de rest inpakken en wegwezen.
7. Microsoft Passport
We hebben al veel te veel online
accounts en veel te veel wachtwoorden. Als Microsoft ons de ellende wil
besparen van het onthouden van al die strings, waarom dan niet, zou je
denken.
Maar webgebruikers gingen niet direct door de knieën voor de
single sign-on service van Microsoft, en ook de partners deden dat niet.
Het idee was goed, maar de implementatie was waardeloos. Eerst kwam het
openbare debat over privacy. De ontdekking van wat beveiligingslekken
in de Password software deed de emmer overstromen.
Om eerlijk te zijn hadden de concurrenten van Microsoft evenmin
geluk met het concept. Mensen vinden het nou eenmaal een slecht idee om
hun persoonlijke beveiligingsinformatie uit handen te geven. Wie had dat
nou kunnen voorzien?

6. Itanium
Voor zolang hun
chips in pc’s zitten heeft Intel moeten vechten
tegen klonen. Dus toen Intel een high-powered 64-bits chip voor
servers ging maken, was het bijna logisch dat die een volkomen ander
ontwerp had dan de klassieke x86. Bijna, tenminste. Want de rivalen van
Intel maakte niet voor niks klonen. Mensen wilden namelijk x86.
Correctie: Mensen wilden betaalbare x86, en Itanium was geen van
beide. AMD had dat wel in de gaten en kwam in 2000 met de AMD64 en in
2003 met de Opteron, waarmee dat bedrijf de leiding overnam op het
gebied van 64-bit. Al snel verbasterde The Register de naam Itanium tot
Itanic, maar Itanium blijft nog lang drijven, al stopt de ene na de
andere fabrikant en softwareproducent stopte met de ondersteuning. In
februari van dit jaar heeft Intel nog de “Tukwila” Itanium 9300 series
uitgebracht. Maar na Dell in 2005 en Red Hat in 2009 heeft ook Microsoft
in april aangekondigd dat het de ondersteuning van Itanium gaat
uitfaseren.
5. Mac klonen
Niemand houdt zijn klanten zulke lekkere
wortels voor als Apple. En dat doet het bedrijf al sinds de late jaren
‘90. Jarenlang hebben Mac-aanhangers geëist dat er alternatieven zouden
komen voor de dure en gesloten hardware van Apple. En Apple gaf in 1995
eindelijk toe, waarna de markt werd overspoeld door goedkope Mac-klonen
van bedrijven als Power Computing, Motorola en Umax. Nog geen twee jaar
later waren ze allemaal weer verdwenen.
Fans van de klonen waren verontwaardigd. Maar voor Apple waren
die klonen nog erger dan terugkomen op hun beslissing. Die kloonbouwers
gebruikten namelijk algemene pc componenten, wat helemaal inging tegen
het zorgvuldig opgebouwde imago van Apple. Maar hun populariteit liet
nog eens extra zien hoe middelmatig de producten van Apple waren
geworden. Apple bleek geen andere fabrikanten nodig te hebben, maar een
ander management.

4. Digital Rights Management
Is
er ooit een industrie geweest die net zoveel heeft geïnvesteerd in een
technologie die geen enkele consument wilde? Mediabedrijven kwamen
steeds weer op de proppen met een nieuwe beveiliging tegen kopiëren, om
daarna het falen van die nieuwe beveiliging aan te dragen als bewijs dat
de markt nog niet klaar is voor downloadbare content.
Het is ook vreemd om te bedenken dat elk DRM systeem dat tot nu
toe is uitgevonden heel snel omzeild kon worden. Er zijn experts die
denken dat het hele concept van DRM niet kan werken. Maar het zal nog
wel even duren voordat de mediareuzen de handdoek wat dit betreft in de
ring zullen gooien. Hebzucht is een sterke motivator.

3. iPod imitaties
Toen de iPod een paar jaar geleden
aansloeg, schoten de imitaties als paddenstoelen uit de grond. Maar geen
daarvan heeft het echt gemaakt. Als klanten eenmaal in de gaten hadden
dat ze tweederangs hardware in handen hadden, met een hoekige interface,
lieten ze het apparaat snel weer vallen. Blijkbaar kon niemand de iPod
evenaren, al hebben heel wat bedrijven het geprobeerd. Zelfs Microsoft
blijft het proberen met de Zune, maar ook die is niet aangeslagen.
Dat het concurreren met de iPhone nu wel lijkt te lukken is
vooral te danken aan Google, dat Android verbazingwekkend snel op een
vergelijkbaar niveau heeft weten te brengen.
2. Windows Vista
Al jaren
voordat het uitkwam zong al rond dat er werd gewerkt aan ‘Longhorn’. Dat
zou een besturingssysteem worden met prachtige features, zoals WinFS en
de Monad commandshell. Maar de ontwikkeling sleepte zich voort, en de
systeemvereisten stegen en stegen. Toen het eenmaal uitkwam, leek het
nieuwe OS niet veel meer dan een langzame Windows XP met wat mooie 3D
effecten die iedereen uitzette omdat anders de pc te langzaam werd.
Daarnaast was de driversupport niet goed geregeld en werden gebruikers
gestoord van UAC. En wie voor de release een computer had gekocht met
een ‘Vista Capable’ sticker, voelde zich behoorlijk bekocht na de
upgrade. Ineens leek Linux niet meer zo’n slecht idee. Zelfs na Service
Pack 2 is de verkoop van Vista niet aangetrokken. Het had al een veel te
slechte naam. Vista is dan ook een naam die Microsoft het liefst zo
snel mogelijk zal vergeten. Gelukkig voor de softwarereus heeft er
iemand bedacht om SP3 een heel andere naam te geven: Windows 7.

1. Beveiliging
Computers hebben invloed op vrijwel elk
aspect van het zakenleven. We vertrouwen ze impliciet als het gaat om
het beheer van allerlei gegevens, het verwerken ervan en onze
communicatie. Eigenlijk zouden we beter moeten weten.
We zitten al ruim dertig jaar in het computertijdperk, en de
beveiliging lijkt steeds slechter te worden. Virussen en wormen blijken
alles te overleven. Het internet, Instant Messaging en e-mail geven
criminelen prachtige kansen om hun criminele praktijken uit te voeren,
van fraude via oplichting tot bedrijfsspionnage.
Begin dit jaar kwam het grootste beveiligingsschandaal tot nu toe
aan het licht. Door een onbekend lek in Internet Explorer werd
ingebroken bij een groot aantal bedrijven, waarvan Google het best is
blijven hangen in het collectieve geheugen. Nu blijkt dat het overgrote
deel van de bedrijven te maken heeft met geavanceerde aanvallen,
waarbij allerlei soorten gegevens worden buitgemaakt. En ook zonder
aanvallers komen er regelmatig gegevens op straat te liggen. Werknemers
hoeven alleen maar een usb-stick in hun computer te steken, en ze kunnen
overal naartoe met die gegevens.
We hebben een digitale wereld gebouwd op een onveilig fundament.
Het oplossen van het beveiligingsprobleem is dus moeilijk, misschien wel
te moeilijk. Misschien moeten we maar leren leven met het feit dat
computertechnologie voor het grootste deel onveilig is.

