20
Aug
Author: Reallin / Category:
Berichten uit Medialand
Steeds meer ontwikkelaars werken mee aan Linux. Ook het aantal bedrijven
dat de ontwikkeling sponsort neemt gestaag toe. Red Hat, IBM en Novell
dragen het meest bij.
Dat stelt een rapport van de Linux Foundation. Volgens het rapport
werkten vier jaar geleden nog 389 ontwikkelaars en 68 bedrijven mee aan
kernel 2.6.11 . Met kernel 2.6.30 is dat flink gestegen: 1150
ontwikkelaars en 240 bedrijven. Toch doet maar een relatief klein
percentage van de ontwikkelaars het meeste werk. Eenderde van de
ontwikkelaars draagt slechts een patch bij, terwijl tien ontwikkelaars
verantwoordelijk zijn voor 12 procent van de veranderingen.
Linus Torvalds staat niet meer in de top 30 van ontwikkelaars, terwijl
hij daar in de vorige versie van het rapport, uit april 2008, nog wel in
voorkwam. Hij reviewt nu vooral nieuw code en patches en heeft dus in de
loop van de tijd een andere rol gekregen.
Nederlands tintje
Red Hat draagt veruit het meeste bij aan de kernel. Op een afstandje
volgen IBM, Novell en Intel, met daarachter een lange lijst van
bedrijven die belangrijke bijdragen hebben geleverd. Daar zit ook nog
een Nederlands tintje aan. 2.6.30 heeft bijvoorbeeld een patch gehad van
Quantum Controls BV, een bedrijf uit Nuth dat navigatieapparatuur maakt
voor jachten. Het feit dat zo’n bedrijf een patch indient wil volgens
het rapport zeggen dat Linux voor dit soort firma’s een goed platform is
waarop ze graag hun producten bouwen.
11
Aug
Author: Reallin / Category:
Berichten uit Medialand
Extra manschappen Debian ten koste van Ubuntu
bron: techworld
Ubuntu is al nauw verweven met Debian (de distributie is immers voor een
groot deel gebaseerd op het favoriete OS van GPL-adepten), en die
verwevenheid wordt alleen maar groter. Canonical gaat meer eigen
ontwikkelaars afstaan om het Debianproject een nieuwe impuls te geven.
Mark Shuttleworth, de belangrijkste commerciële man achter Ubuntu,
probeert daarmee een klein relletje sussen die is ontstaan tussen zijn
bedrijf en de Debian ontwikkelgemeenschap. Sommige van die ontwikkelaars
vinden dat Canonical misbruik maakt van Debian, om zo de commerciële
doeleinden van Ubuntu te dienen. Dat is juist voor deze principiële
groep een heikel punt. Shuttleworth geeft wel toe dat dit ten koste van
de snelheid van ontwikkelingen in Ubuntu.
Inzet van discussie is het idee van Debiancoördinators om een vast
moment voor een code freeze in te voeren. Elke twee jaar moet op een
deadline komen waarop er geen veranderingen meer aangebracht worden aan
de code. Tot nu toe gebeurde dat pas ‘wanneer het af is’.
Afstemming
Belangrijkste reden voor de verandering is volgens het bericht dat het
daarmee mogelijk wordt de releases van verschillende distro’s beter op
elkaar af te stemmen. Debian doet zijn best om elke 18 maanden een
release te brengen, maar het is eerder regel dan uitzondering dat deze
niet wordt gehaald. De voordelen van een code freeze-deadline voor een
bedrijf als Canonical zijn duidelijk: voor hen wordt het dan eenvoudiger
om hun releases van (commerciële) Linuxdistro’s te plannen. De
release-cycle van Ubuntu (elk half jaar) lijkt voor dat bedrijf trouwens
tot nu toe geen grote problemen op te leveren.
Debianontwikkelaars zijn minder te spreken over het idee. De eerste Code
Freeze stond gepland voor de komende kerstperiode, wat voor sommigen te
snel is.
Ook wordt het gebrek aan overleg met ontwikkelaars zelf gelaakt, en
spreken anderen het vermoeden uit dat de beslissing is genomen met de
belangen van bedrijven op de eerste plaats in het achterhoofd. De
beschuldigende vinger wijst daarbij naar Canonical, ook omdat het
bedrijf in de ogen van sommige niet-gelieerde ontwikkelaars te weinig
inzet toont bij de verdere ontwikkeling van Debian.
Shuttleworth
In een post op de Debian mailinglijst heeft Shuttleworth zelf vorige
week van zich laten horen. Daarin ontkent hij dat Canonical enige druk
heeft uitgevoerd om een dergelijke code freeze in te voeren, en schrijft
hij dat het in ieders belang is om open source-releases op elkaar af te
stemmen. Zo kunnen bijvoorbeeld bugs in de Linuxkernel sneller en beter
worden aangepakt. “Deze discussie is tot nu toe een discussie over
Debian tegen Ubuntu, maar daarmee wordt het werkelijke doel gemist”,
schrijft Shuttleworth. “We moeten een signaal uitzenden naar de
ontwikkelaars upstream dat iedereen kan meewerken met iedereen, en
invloed kan uitoefenen hoe eindgebruikers de software ervaren. Om dat te
bereiken, hebben we meerdere distributies nodig.” De extra manschappen
die Canonical ter beschikking stelt, moeten het voor de
Debianontwikkelaars makkelijker maken om de deadline voor de code
freezes te halen.